Belonen in de sport (vrijwilliger, uitkering bedragen aan derden, ZZP)
Vrijwilliger
Voor de Belastingdienst is er sprake van een vrijwilliger wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Geen sprake van een gezagsrelatie tussen de sportvereniging en de vrijwilliger.
- Geen sprake van persoonsgebonden arbeid. D.w.z. de vrijwilliger is vervangbaar door ieder (willekeurig) ander.
- Geen sprake van een marktconforme vergoeding. Vrijwilligersvergoeding is geen loon, maar een onkostenvergoeding.
In de praktijk wordt vaker dan je je realiseert niet voldaan aan de bovenstaande wettelijke voorwaarden. Ter voorkoming dat een vrijwilliger achteraf als belastingplichtig kan worden gekwalificeerd, is het daarom essentieel dat de vergoeding zo laag is dat deze niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk.
Hiervoor zijn de volgende maximale vergoedingen in 2024 vastgesteld:
- Geldbedrag tot maximaal € 210,- per maand of maximaal € 2.100,- per jaar.
- Geldbedrag + verstrekkingen (km-vergoeding, gratis lidmaatschap, cursus, etc.) mogen samen niet meer bedragen dan maximaal € 210,- per maand of maximaal € 2.100,- per jaar.
- Betaal je een vrijwilliger een uurvergoeding, dan geldt een maximaal uurtarief van € 5,50 (ouder dan 21 jaar) en € 3,25 (jonger dan 21 jaar). Is er sprake van een hoger uurtarief, dan is er geen sprake van een vrijwilligersvergoeding.
Voorbeeld: Betaalt de vereniging een vrijwilliger € 15,- per uur, dan is er geen sprake van een vrijwilligersvergoeding, maar sprake van een (schijn)dienstverband, waarover belasting moet worden betaald. Het risico is naheffing van belasting en premies plus boete, welke tot maximaal zeven jaar kan teruggaan.
Ter voorkoming dat je een naheffing krijgt, heb je de volgende opties:
- Maak geen uur afspraken. Betaal maximaal € 210,- per maand (10 mnd) of maximaal € 175,- per maand (12 mnd) voor iemands inzet, zonder vastlegging van gemaakte uren. Een urenadministratie is namelijk niet verplicht.
- Wenst je toch vaste uren af te spreken, blijf dan onder het maximale uurtarief. Wanneer je vastlegt dat een training bestaat uit meerdere uren aan inzet, blijf je altijd binnen het maximale uurtarief. Bijvoorbeeld één uur les, bevat een uur voorbereiding, achteraf opruimen, zijn er in een maand diverse overleggen, wedstrijdenbezoeken, enz.
- Of breng de vrijwilligersbijdrage terug tot de genoemde maximale vergoedingen per uur en overtuig jouw vrijwilligers van de risico’s die de organisatie loopt wanneer je dat niet doet.
Uitbetaalde Bedragen aan Derden (voorheen genoemd IB 47)
Indien iemand die niet kan worden gekwalificeerd als vrijwilliger, zelfstandige of zijnde bij jou in loondienst, maar wel voor jou werkzaamheden heeft uitgevoerd, dan kun je deze werkzaamheden uitbetalen, maar dien je deze betaling, incl. eventuele onkostenvergoeding, op te geven aan de Belastingdienst.
Het netto bedrag en gegevens van de medewerker geef je door via het gegevensportaal op de website van de Belastingdienst.
Verrekening van belasting en premies vindt vervolgens plaats bij de ontvanger bij zijn/haar aangifte inkomstenbelasting.
Regelmatig geven sportorganisaties in een jaar het teveel aan betaalde vrijwilligersvergoedingen op aan de Belastingdienst, middels UBD (IB47). De vrijwilliger krijgt in dat geval een naheffing en de organisatie voorkomt voor zichzelf problemen. Houd er echter wel rekening mee dat het structureel uitbetalen van te hoge vrijwilligersvergoedingen niet is toegestaan. Er is in dat geval feitelijk geen sprake van betaling voor incidenteel werk en UBD is hier dus niet voor bedoeld.
ZZP’er
Een zzp’er voert zijn of haar opdracht uit als zelfstandig ondernemer zonder personeel. Er mag tussen een opdrachtgever en een zzp’er in principe geen sprake zijn van een gezagsverhouding. Zolang een zzp’er wordt ingehuurd voor een opdracht waar niemand anders binnen de organisatie verstand van heeft, is er geen sprake van een gezagsverhouding. De zzp’er kan namelijk zelf bepalen hoe hij of zij het werk uitvoert. Echter, indien een zzp’er hetzelfde werk uitvoert als overige werknemers binnen een organisatie, dan is er wel sprake van een gezagsverhouding.
Nieuwe criteria overheid vanaf 1 januari 2025
Er zijn bij sportverenigingen veel zzp’ers die werken onder zogenoemde schijnzelfstandigheid. Dit is het geval als iemand zichzelf verhuurt als ondernemer, maar eigenlijk in loondienst is. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarom een wetsvoorstel opgesteld naar de zwakke en sterke punten van de huidige ZZP-constructie. Doelstelling is dat deze criteria vanaf 1 januari 2025 ingaan:
- Meer duidelijkheid wanneer er sprake is van loondienst of zzp’er
- Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)
- Verlaging van belastingvoordelen
- Handhaving naar schijnzelfstandigheid
- Een minimum uurtarief